dinsdag 6 maart 2012

Over prostaatkankerscreening

Prostaatkankerscreening met PSA: Patiënten Schrik Aanjagen

Het ergerlijkste van borstkankerscreening is minder het ‘voor’ of ‘tegen’ dan het schaamteloze bedrog door de overheid en de academische industrie met belangen bij screening.  Zowel de verwachte baten als de schade zijn relatief gering. Bij correcte risico-informatie, zullen vermoedelijk heel wat vrouwen voor mammografische screening kiezen, omdat ze vinden dat de baten toch voldoende opwegen tegen de schade.  Prostaatscreening met prostaatspecifiek antigeen (PSA) is vele malen ernstiger. Zelfs het onderzoek naar prostaatkankerscreening is tergend onethisch. De schade is steeds veel groter, de baten zijn steeds veel geringer. Zoals een artikel in de Lancet het prachtig samenvatte: we slagen er steeds beter in om asymptomatische prostaatkanker uit te roeien, door er symptomatische van te maken.
            Mannen die overlijden aan prostaatkanker hebben het genoegen gesmaakt van een lang leven. De gemiddelde leeftijd bij sterfte door prostaatkanker is 79 jaar, zes jaar ouder dan de totale gemiddelde leeftijd bij overlijden. Het risico op overlijden aan prostaatkanker voor de 75ste verjaardag bedraagt slechts 1,25 %. Prostaatkanker is voornamelijk een ziekte van oude mannen. Zelfs als prostaatkankerscreening effectief werkt, beperkt dat steeds de baten. Er zijn immers weinig levensjaren te winnen. Bovendien groeit prostaatkanker erg traag, ook kwaadaardige. Dat betekent dat de diagnose van een vroege tumor, en de behandeling en complicaties vele jaren eerder optreden, alvorens deze vroege tumor ooit fataal kon worden. Door deze trage evolutie sterven meer mannen met dan door prostaatkanker. Een andere ziekte was de trage prostaatkanker te snel af.

Op middelbare leeftijd sterven relatief weinig mannen aan prostaatkanker, maar er worden wel steeds heel veel prostaattumoren ontdekt die een dubieuze prognose meekrijgen. Het is al meer dan een halve eeuw bekend dat bij autopsie veel prostaten van oudere mannen tekenen vertoonden van een kwaadaardige degeneratie, zonder dat dit enig klinisch effect had gedurende het leven. Kankerletsels werden aangetoond bij 30 tot 40% van de zestigjarige mannen zonder klinische aanwijzingen voor prostaatkanker. Iedere vorm van kankerscreening wordt geplaagd door overdiagnose en overbehandeling van schijnziekte, maar in het geval van prostaatkanker is dit probleem bijzonder groot.

Een serie klotentesten
Prostaatkankerscreening kwam in een stroomversnelling terecht door het ontwikkelen van een simpele biochemische test in het bloed, PSA. PSA in het bloed wordt geacht te stijgen bij prostaatkanker, maar deze stijging heeft weinig voorspellende kracht, tenzij bij hoge waardes – en dan is het vermoedelijk te laat. Het is eenvoudig om deze test aan te kruisen op het blad met aanvragen voor onderzoek, maar dat is het mogelijke begin van veel ellende. PSA is geen goede screeningstest. Drie op vier van de mannen met een positief testresultaat hebben geen kanker, één op zes met een negatief testresultaat heeft wel kanker. Doordat er zoveel kankers werden gemist, werd de drempel waarbij een PSA-test als positief wordt beschouwd steeds verder verlaagd. U weet nu dat dat steeds gepaard gaat met meer vals positieve signalen. Vaak is er bij een verhoogde PSA geen duidelijke haard in de prostaat te identificeren. De uroloog kan uw prostaat betasten met zijn vinger in uw aars, uw prostaat kan op diverse manieren in beeld worden gebracht. Maar deze tumoren zijn te klein om gevoeld of gezien te kunnen worden: ze worden daarom ook “chemische” prostaatkanker geheten.
Bij aanwijzingen voor chemische prostaatkanker worden in het wilde weg biopten genomen: zes cylinders prostaatweefsel worden uitgeboord, zonder anatomische aanwijzing van letsel. Meer dan de helft van de mensen vinden deze test onaangenaam.  De naalden prikken doorheen de darm, er moeten antibiotica worden genomen ter voorkoming van infecties.  Tot enige dagen nadien is er bloed in de urine, de stoelgang of het sperma. Deze blinde biopsie als test ter bevestiging of uitsluiting van kanker is evenmin een goede test. Een negatieve biopsie betekent niet dat iemand geen kanker heeft. Je weet immers niet waar je moet prikken, er is naast deze zes balkjes nog veel plaats. 10% van de biopsieën is dus vals negatief. Een positieve biopsie betekent nog veel minder dat de patiënt ook fatale prostaatkanker heeft. Prostaatkanker kan worden aangetoond bij 30 tot 40% van de zestigjarige mannen, zonder enig klinisch gevolg. Dat is tien maal meer dan er ooit aan prostaatkanker zal sterven. Prostaatkanker verloopt traag en treedt op op hoge leeftijd: mannen overlijden vaker met dan door prostaatkanker. Vermoedelijk is iedere prostaatkanker wel fataal, als je 150 jaar oud zou kunnen worden. Nu overlijden de meeste mannen aan wat anders dan prostaatkanker, zelfs als ze prostaatkanker hebben. De evolutie is gewoon te traag, er zijn te veel andere redenen waarom een oude man kan sterven.

Kadertekst



De figuur toont de cijfers voor prostaatkanker in Nederland (leeftijd 55 tot 74 jaar). De aantallen zijn gestandaardiseerd naar 2008: het zijn de aantallen die optreden in een bevolking vergelijkbaar met die van 2008. De zware “epidemie” van prostaatkanker begint in de vroege jaren 1990, en is veroorzaakt door het invoeren van de PSA test in die periode. Jaarlijks worden er nu in Nederland een 5000 kankers meer ontdekt dan in 1990. Dat zijn vroege kankers met onbekende prognose. De licht gedaalde prostaatkankersterfte (van 850 gestandaardiseerde gevallen in 1989 tot 750 gevallen in 2008) wordt mede veroorzaakt door verbeterde behandeling. België was vergelijkbaar met Nederland, met een verdubbeld aantal prostaatamputaties wegens ‘prostaatkanker’ in 2004.



Na klotentesten een rotbehandeling
Terwijl vroege prostaatkanker niet vaak ernstige gevolgen heeft, kan dat niet worden gezegd van de ingrepen. De chirurgische behandelingen gaan gepaard met veel impotentie en incontinentie, de radiotherapie met stralingsschade aan de dikke darm.  Het “number needed to harm”, de schade door interventies, is ongeveer drie. Dat betekent dat één op drie patiënten door prostaatamputatie[1] voor vroege prostaatkanker wordt getroffen door incontinentie en impotentie.
            Door de heel trage groei van prostaatkanker bij bejaarde mannen is het ver van zeker dat behandeling nuttig is. Het is een overtreding van zo ongeveer iedere wet van de medische ethiek om te screenen op een aandoening waarvan het onbekend is of de behandeling effectief is. Dit geldt in grote mate voor prostaatkanker. Pas in 2002, toen urologen al vlijtig anderhalf decennium aan het screenen waren, verscheen de eerste trial die prostaatamputatie vergeleek met een afwachtend beleid bij ‘vroege’, met de vinger voelbare maar goed gelokaliseerde tumoren. De mannen waren gemiddeld 65 jaar oud bij het begin van de studie. Behandeling van vroege tumoren hielp, maar pas na acht jaar werd het effect duidelijk. Na tien jaar waren in de controlegroep (met afwachtende behandeling) uiteindelijk 32% van de mannen overleden, waarvan 15% aan prostaatkanker. Noteer dat ook in deze groep 65 jarige mannen met onbehandelde prostaatkanker meer mannen met, dan door prostaatkanker stierven.  In de behandelde groep waren 27% van de mannen overleden, waarvan 10% aan prostaatkanker.  5% van de mannen waren gered door een prostaatamputatie. Nog latere data toonden dat deze verschillen nu redelijk stabiel bleven. Dat is zeker niet niks, maar je moest wel 20 mannen met prostaatkanker behandelen om één leven te sparen over tien jaar. Dat ligt gedeeltelijk aan de zeer trage evolutie. In plaats van naar sterfte kan je naar metastasen (uitgezaaide prostaatkanker) kijken, die metastasen treden eerder op. Ook dan moest je 10 mannen behandelen om één geval van metastasen te voorkomen. Dit betekent dat 9 op de 10 patiënten na tien jaar overleven nog steeds enkel de lasten, en niet de lusten van de behandeling dragen. Bij de “chemische” tumoren ontdekt tijdens prostaatkankerscreening liggen deze cijfers ongetwijfeld nog veel slechter. Die zijn zelfs nog niet uitgegroeid tot een voelbaar gezwel.
Behandeling gaat gepaard met de bekende en gevreesde bijwerkingen, ook bij kleine tumoren. Na vier jaar was één man op de drie door de behandeling incontinent, en moest hij een beroep doen op pampers of penisklemmen, en was één op de drie volledig impotent (‘erectile function seldom or never sufficient for intercourse’). Deze schatting houdt rekening met het feit dat ook zonder behandeling oudere mannen met prostaatkanker impotent en incontinent worden.
            De uroloog die je zal mishandelen voor prostaatkanker heeft vermoedelijke betere cijfers. Dat is een karakteristiek van de urologie die het vermelden waard is. Urologen hebben altijd veel betere operatieresultaten dan ze zelf hebben gepubliceerd. Ik kan niet anders dan besluiten dat de urologie de eerlijkste der medische wetenschappen is. Ze publiceren enkel de slechte cijfers, en houden bescheiden hun veel betere resultaten geheim. De alternatieve hypothese, dat urologen liegen over hun resultaten, mag natuurlijk niet worden overwogen.

Screeningsschade
In de Europese ERSPC-trial werden 73.000 mensen gescreend, en vergeleken met 89.000 mensen die niet werden gescreend. Een vuistregel is: hoe groter de trial, hoe kleiner het weer te vinden effect. Deze enorme aantallen tonen al dat de verwachte sterftedaling bijzonder mager is. In de gescreende groep werden 126.000 PSA testen uitgevoerd, waarvan 20.000 positief waren (1 op 6). Er werden daarbij 18.000 biopsies uitgevoerd (deelnemers kunnen een biopsie weigeren of om andere redenen niet ondergaan). 6.000 van de gescreende deelnemers kregen de diagnose prostaatkanker, wat 2500 meer kankers waren dan in de controlegroep.  De kadertekst toont hoe de invoering van PSA testen in de vroege jaren 1990 een ware epidemie van prostaatkanker heeft veroorzaakt. Het aantal is meer dan verdubbeld in Nederland – in Vlaanderen zijn de cijfers zeker niet minder. Aan alle mannen wordt deelname aan PSA-screening voorgespiegeld als een mogelijk groot goed. Als bezorgde en slecht geïnformeerde mannen door het lot dan worden toebedeeld aan de controlegroep, laten die zich niet zelden buiten het onderzoek om toch preventief onderzoeken.  Ook in de zogezegd niet geteste controlegroep komt er dus heel wat meer prostaatkanker voor dan verwacht in de algemene bevolking. Bij een vierjarig bevolkingsonderzoek bij mannen tussen de 55 en 75 jaar zou je een 500.000 PSA testen, een kleine 100.000 biopsieën en een 12.000 klanten met prostaatkanker verwachten, in plaats van de 3.000 die we zouden verwachten zonder PSA testen.  (Voor Vlaanderen moet u deze cijfers zowat door drie delen). U begrijpt het enthousiasme van de urologen en de academische industrie voor PSA-screening: bij invoering van veralgemeende prostaatkankerscreening is er een tekort aan urologen en een teveel aan werk tot het einde der tijden.

De baten door sterftereductie

Er zijn twee grote trials gepubliceerd, een Amerikaanse, (PLCO), en een Europese (ERSPC). De Amerikaanse vond geen daling van de sterfte, de Europese wel. Het verschil kan mogelijk worden verklaard door de hoge “contaminatie” in de Amerikaanse PLCO trial. Contaminatie betekent dat veel deelnemers in de controle arm zich toch lieten screenen. In de liberale USA is opportunistische PSA screening en overbehandeling een groot volksgezondheidsprobleem. Om de duurste gezondheidszorg ter wereld te verkrijgen bij grote aantallen onverzekerde en onderverzekerde personen moet de rest oververzekerd en overbehandeld zijn. De arts weet meer dan de patiënt, en is ook maar een gewone mens die reageert of financiële prikkels. Op de vrije markt van meningen is de strijd vrij maar ongelijk. Uit de vorige paragraaf hebt u zich een idee kunnen vormen over de omvang van de financiële belangen, verbonden aan PSA testen en prostaatkankerscreening. De Amerikaanse man (en de Australische) wordt overspoeld door het volledige arsenaal van de medische industrie, met direct to consumer advertising voor PSA testen, prostate awareness days en populaire artikelen door gesponsorde deskundigen die agressief prostaatkankerscreening promoten. Onafhankelijke deskundigen die zich kritisch uitlaten over PSA screening worden soms letterlijk vervolgd door zogenaamde patiëntenverenigingen, voor 95% gefinancierd door de medische industrie. Het idee dat kankerscreening een groot goed is, is diep ingeworteld geraakt in de maatschappij door dergelijke propaganda, ook al is er geen wetenschappelijke grond voor in de biologie van kanker.

De Europese ERSPC trial vond wel een daling van de prostaatkankersterfte van 20%. Prostaatkanker evolueert traag, er is daarom theoretisch ruimte voor een langdurige periode waar prostaatkanker zich in een detecteerbare en behandelbare fase bevindt. Maar wat betekent dat? Absoluut daalde de prostaatkankersterfte met 7 per 10.000. In het figuurtje staan, zoals bij borstkanker, de kosten en baten grafisch weergegeven. Er waren 2434 testen bij 1403 mannen nodig om één geval van prostaatkanker te voorkomen. Daarvoor werden 48 additionele kankerdiagnosen gesteld en werden nog eens 222 extra biopsieën van de prostaat genomen met negatief resultaat. Zonder enige PSA screening in de controlegroep zouden er vermoedelijk niet veel minder dan 100 toegevoegde kankerdiagnosen worden gesteld door regelmatige PSA testen.
Vanuit het standpunt van de levensloop is de balans tussen baten en schade nog onevenwichtiger. De kosten gaan voor de baten, bij prostaatkanker valt de schade op middelbare leeftijd, de baten op hoge leeftijd. De baten beginnen pas na tien jaar aan te groeien. Dat is zoals verwacht, door de trage evolutie van prostaatkanker. Bij borstkankerscreening moeten we een 8 jaar wachten op de sterftereductie, en borstkanker evolueert normaal veel sneller dan prostaatkanker. Concreet betekent dit dat als we mannen van 55 tot 69 jaar screenen en behandelen (of mishandelen), de grootste sterftedaling zal optreden tussen de 70 en 90 jaar. Prostaatkankersterfte op hogere leeftijd is aanzienlijk, maar toch maar 3% van alle sterfte. Dat betekent potentieel een daling met 200 doden door prostaatkanker per jaar in Nederland (of 70 in Vlaanderen). Dat is in de orde van grootte van de sterftedaling door borstkankerscreening. Maar de sterftedaling door borstkankerscreening treedt wel vijftien jaar eerder op in de levensloop dan de sterftedaling door prostaatkankerscreening, en bovendien in vrouwen met een aanzienlijk hogere levensverwachting. In een recente sterftetafel betekent een dergelijke sterftedaling van prostaatkanker daarom een zeer geringe toename van de levensverwachting in de gescreende bevolking met hooguit 6 dagen, of vijf maal minder dan na borstkankerscreening. Dit verschil wordt veroorzaakt door de geringe levensverwachting van oudere mannen, vergeleken met vrouwen op middelbare leeftijd. Zoals voordien beschreven, er sterven meer mannen met dan door prostaatkanker.
Het figuurtje (zie verder) vat de resultaten van de Europese trial weer grafisch samen. De prostaatkankersterfte daalde met twintig percent (één lachend gezichtje in vijf doden), maar daarvoor kregen bijna vijftig mannen extra een prostaatkankerdiagnose aan hun broek gesmeerd. In de bevolking die zogezegd niet werd gescreend, kwam er toch nog redelijk veel prostaatkanker voor, wat suggereert dat relatief veel van deze mannen zich toch lieten testen. Vergeleken met een bevolking die zich nooit laat testen, tenzij ze symptomen heeft, worden er vermoedelijk een 70 tot 80 extra kankerdiagnosen gesteld voor ieder voorkomen sterfgeval. Per gered leven dienen er ook nog eens meer dan tweehonderd prostaatbiopsieën extra te worden uitgevoerd.

Onethische medisch ethische commissies

De Amerikaanse en Europese prostaatkankerscreening trials toonden overtuigend bewijs van schade en weinig overtuigend bewijs van baten.  Dat was op voorhand verwacht: het goedkeuren van deze mishandeling op grote schaal was al een ernstige verkrachting van de principes van de medische ethiek. De schade was immers op voorhand bekend en groot. De baten zijn nooit erg groot, door de beperkte resterende levensverwachting van deze mannen. De eenvoudige PSA test zet een cascade van biopsieën in gang, die leiden tot kankerdiagnosen, die leiden tot agressieve behandelingen, die leiden tot grote aantallen mannen met problemen van incontinentie en impotentie. Het goedkeuren van dit gigantische prostaatkankerscreeningsonderzoek was een ethische misser. In Nederland (Rotterdam) werd er zelfs gescreend bij mannen over de 70 jaar: dat voorkomt mogelijk prostaatkankersterfte na de 85 jaar…  Zoals diagnosen, komen ethische beslissingen niet in variëteiten van grijs maar in zwart of wit. Privatim verklaarde iedereen zich akkoord dat het screenen op prostaatkanker bij 70 plussers ethisch nooit verdedigbaar was.  De Rotterdam trial was dus onethisch onderzoek op mensen. Daar was nauwelijks enige discussie over. Een dergelijke beschuldiging is toch niet niks. Ik had evengoed briefjes in de Klaagmuur van Jeruzalem kunnen stoppen. Academisch wangedrag in onderzoek bij mensen blijft steeds ongestraft: hoogleraars moeten aan niemand verantwoording afleggen. Ethische commissies zijn vaak wetenschappelijk zwak: ze toetsen wat administratieve regeltjes af, maar ze stellen zich geen fundamentele vragen over baten, schade en onzekerheid. Nochtans is dit de grondslag voor de ethiek van een trial: eerlijke onzekerheid over het evenwicht tussen schade en baten. Dat vergt steeds enig epidemiologisch rekenen, maar verder dan het optellen van zitpenningen lijken de bekwaamheden van deze ethische commissies niet te strekken.

Besluit

Het gezondheidsbeleid heeft tot nog toe geen antwoord gevonden op de epidemie van prostaatkanker, ontstaan door de meedogenloze overdiagnose van schijnziekte door PSA testen. Dat is niet verwonderlijk, want het beleid is zelf schuldig aan de vertekende beeldvorming over kankerscreening. Over het grootste nadeel van screening: overdiagnose van schijnziekte, wordt nauwelijks gerept. Dit is een algemeen verschijnsel in markteconomieën. De financiële belangen, geschapen door kankerscreening, overheersen de informatieverstrekking. Kankerscreening wordt voorgesteld als een gezonde levenswijze, maar is een dure technologie met veel nadelen.
Toch vordert de wetenschap, traag maar gestaag. De resultaten van de prostaatkankerscreening trials werden eerlijk voorgesteld in de publicaties in de New England Journal of Medicine, in voor iedereen begrijpelijke termen van schade en baten. Dat is een hoopvol teken. Deze eerlijke informatie moet nu doorstromen naar de consument. De gezonde consument heeft evengoed als de patiënt recht op bescherming tegen een opdringerige screeningindustrie. Een PSA-testen zond goede klinische reden is geen geneeskunde, maar medische mishandeling uit mercantiele oogpunten.




LLLL®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®
®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®®¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯
¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯""""""""""""""""""""""""
""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""
""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""
""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""
""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""
""""""""""""""""""""""""""""""""""""""SSS
SSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSS
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

Voor en nadelen van prostaatkankerscreening grafisch voorgesteld (2434 PSA testen bij 1403 deelnemers, Europese trial)

       1          Prostaatkanker, gered door screening
L        4          Dood door prostaatkanker, ondanks screening
®        48        Toegevoegde kanker (overdiagnose)
®        33        Kankerdiagnosen door vroege opsporing anderszins
¯        34        Kankdiagnose zonder voordeel
"      222      Prostaatbiopsie, geen kanker
S         56        PSA test, niet gevolgd door biopsie

O         2038    Deelnemers zonder voor- of nadeel



Literatuur

Adami, H. O., J. A. Baron, et al. (1994). "Ethics of a prostate cancer screening trial." Lancet 343(8903): 958-60.
Andriole, G. L., E. D. Crawford, et al. (2009). "Mortality results from a randomized prostate-cancer screening trial." N Engl J Med 360(13): 1310-9.
Barry, M. J. (2009). "Screening for prostate cancer--the controversy that refuses to die." N Engl J Med 360(13): 1351-4.
Agentschap Belga. (2004). Aantal behandelingen prostaatkanker verdubbeld. De Standaard: 01.09.2004.
Bill-Axelson, A., L. Holmberg, et al. (2005). "Radical prostatectomy versus watchful waiting in early prostate cancer." N Engl J Med 352(19): 1977-84.
Bonneux, L. (2005). "De onredelijkheid van prostaatkankerscreening en de ethische problemen met het onderzoek daarnaar." Ned Tijdschr Geneeskd 149(18): 966-71.
Ferriman, A. (2002). "Advocates of PSA testing campaign to silence critics." Br Med J 324: 255.
Franks, L. M. (1956). "The natural history of prostate cancer." Lancet ii: 1037-9.
Freedman, B. (1987). "Equipoise and the ethics of clinical research." N Engl J Med 317(3): 141-5.
Lee, T. H., P. W. Kantoff, et al. (2009). "Screening for prostate cancer." N Engl J Med 360(13): e18.
MacKenzie, R., S. Chapman, et al. (2007). "'A matter of faith, not science': analysis of media coverage of prostate cancer screening in Australian news media 2003-2006." J R Soc Med 100(11): 513-521.
Schroder, F. H., J. Hugosson, et al. (2009). "Screening and prostate-cancer mortality in a randomized European study." N Engl J Med 360(13): 1320-8.
Sharp, D. (2003). "Prostate cancer: hopes and controversies." Lancet 361(9360): 798.
Tannock, I. F. (2002). "Eradication of a disease: how we cured symptomless prostate cancer." Lancet 359(9314): 1341-2.

Tegenbos, G. (2003). Mannen slecht geïnformeerd over prostaatkanker. De Standaard: 08/11/2003.
Thompson, I. M., D. K. Pauler, et al. (2004). "Prevalence of prostate cancer among men with a prostate-specific antigen level < or =4.0 ng per milliliter." N Engl J Med 350(22): 2239-46.
Steineck, G., F. Helgesen, et al. (2002). "Quality of life after radical prostatectomy or watchful waiting." N Engl J Med 347(11): 790-6.
Bill-Axelson, A., L. Holmberg, et al. (2008). "Radical prostatectomy versus watchful waiting in localized prostate cancer: the Scandinavian prostate cancer group-4 randomized trial." J Natl Cancer Inst 100(16): 1144-54.



[1] Het “number needed to treat” of het “number needed to harm” is steeds het resultaat van een vergelijking. Hier wordt vergeleken met een beleid, waar de uroloog afwacht en niet ingrijpt. In landen als Zweden was dat de richtlijn voor prostaatkanker bij alle oudere mannen. Er worden heel wat meer patiënten getroffen door impotentie en incontinentie dan één op drie, tot 90%, maar het betreft oudere mannen met prostaatkanker. Ook zonder heelkundig ingrijpen kunnen deze impotent of incontinent worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen