dinsdag 10 december 2013

Gezondheidszorg is (grotendeels) luxe

De stijgende kosten van de zorg zijn vaak een aanleiding om verregaande maatregelen te bepleiten. Ik heb de gegevens er eens bij gehaald (bron: het onovertroffen www.gapminder.org: ga en surf!).

Eerst het goede nieuws. In 1995 verdiende de Nederlander per hoofd (BNP, bruto nationaal product, zonder zorgkosten) 19.000 voor koopkracht gecorrigeerde euro, in 2010 was dat 23.300 euro. Het gevaar van het uitdrukken van zorgkosten als procent van het totale BNP (bruto nationaal product) is dat we vergeten dat dat BNP toeneemt. Dan het slechte nieuws: de zorgkosten per hoofd van de bevolking zijn over dezelfde periode toegenomen van 1300 tot 3700 Euro. Dat komt niet door vergrijzing: de eerste Nederlandse babyboomers hebben in 2010 de 65 nog niet bereikt. De koopkracht van de Nederlander is dus tussen 1995 en 2010 gestegen met een kleine 6700 Euro, waarvan 2400 Euro naar de gezondheidszorg gingen. Dat is belachelijk veel (en meer dan elders). Maar het blijft ontnuchterend om vast te stellen dat, ondanks de toenemende rijkdom, stemmen opgaan om de solidariteit in de zorgverzekering te doorbreken, en bijvoorbeeld rokers of dikkerds meer te laten betalen voor hun zorgverzekering. Als man kan ik daar wel voor zijn, als we consequent blijven. Vrouwen moeten veel hogere zorgpremies betalen. Ze consumeren meer zorg en leven langer tot op leeftijden waar ze, ook gezond, de maatschappij een fortuin kosten.

Ofwel zijn Nederlanders dubbel zo ongezond geworden tussen 1995 en 2010 (toename van de nood), ofwel zijn ze dubbel zo gezond geworden (door kosteneffectieve investeringen). Ofwel is er geen verband tussen gezondheid en kosten van zorg, maar wordt door deze stijging gedreven door andere factoren. Wie wereldwijd het logartime van de zorgkosten, uitzet tegenover het logaritme van het BNP, ziet een zeer strak lineair verband. Hoe rijker je bent, hoe meer je besteedt aan gezondheidszorg: dat is de economische handtekening van een luxegoed. Uitbijters zijn informatief: Saudi-ArabiĆ« betaalt minder dan verwacht, maar is vermoedelijk geen lichtend voorbeeld. Bestudeer vervolgens de trends over tijd in de zorgkosten van enige democratische landen.  De zorkosten volgen de stijgende welvaart nauwgezet, gemoduleerd door de politiek. De kostenstijging daalt als het locale beleid er op gaat leunen – maar het volk gaat morren. Rantsoenering (vaak door wachtlijsten) wordt een issue bij verkiezingen, de politiek laat noodgedwongen de teugels vieren en de kosten schieten weer omhoog, zodat het land zijn plaats weer inneemt. Nederland is een uitbijter(tje): het hervormde zich uit het Europese peloton en werd een van de duurste landen. Vermoedelijk tot de remmen weer worden dichtgegooid in een nieuwe fase van deze varkencyclus.


Het schoont het denken over zorgbudgetten in rijke landen op, door deze te beschouwen als een vorm van collectieve luxe, beschikbaar voor iedereen. Het gros van deze zorg is leuk om hebben, niet levensnoodzakelijk. Dat zet de schijnwerper op het echte probleem dat deze luxeuze zorg op ons artsenbordje legt: slechte geneeskunde door overdiagnose, overbehandeling, “bad farma” en medicalisatie van levenswijzen en levenskeuzen van gezonde mensen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen